Buiten behandeling laten van een gefaseerde aanvraag

Burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel lieten een aanvraag om een omgevingsvergunning eerste fase (milieu) en een aanvraag om een omgevingsvergunning tweede fase (bouwen en afwijken bestemmingsplan) buiten behandeling. Beide aanvragen waren bedoeld voor de oprichting van een varkensstal. De reden voor deze beslissing lag in het ontbreken van een mer-beoordelingsbesluit. Op grond van artikel 7.17 van de Wet milieubeheer moet de aanvrager zo’n besluit bij de aanvraag omgevingsvergunning milieu overleggen. Verzuimt de aanvrager dit, dan is het bevoegd gezag verplicht om de aanvraag buiten behandeling te laten. Dit volgt uit artikel 7.28, lid 2, van de Wet milieubeheer. (NB artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht mist in deze situatie toepassing: zie Raad van State 9 juli 2003; LJN: AH9498). Maar Burgemeester en wethouders besloten om ook de aanvraag tweede fase buiten behandeling te laten. De rechtbank ging daarin mee op grond van de onlosmakelijke samenhang tussen de aangevraagde activiteiten (artkel 2.7 Wabo). Maar de Raad van State ziet dit in zijn uitspraak van 3 oktober 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3212) anders. De Wabo biedt nu eenmaal de mogelijkheid van gefaseerde vergunningverlening en dus hadden Burgemeester en wethouders, aldus de Raad van State de beslissing op de aanvraag tweede fase moeten aanhouden en de aanvrager in de gelegenheid moeten stellen om binnen een bepaalde termijn een nieuwe aanvraag eerste fase in te dienen.  Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Jan