Normaal maatschappelijk risico en gelijkheidsbeginsel

 De rechtspraak over de omvang van het normaal maatschappelijk risico (NMR) heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld. Waar vlak na de introductie van het NMR in de Wet ruimtelijke ordening nog vaak werd vastgehouden aan een NMR van 2%, is dit percentage sindsdien steeds verder toegenomen tot soms 5% of 7% nu.  In de uitspraak van de AbRvS van 3 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3185, komt een voor de praktijk interessante vraag aan de orde. Appellanten hebben een tegemoetkoming in de planschade ontvangen, waarbij een NMR is gehanteerd van 3%. Een aantal jaren voor het verzoek van appellanten hebben derden ook planschadeverzoeken ingediend voor dezelfde nadelige planologische wijziging. Bij deze derden is echter een NMR gehanteerd van 2%. Appellanten stellen dat het college van B&W handelt in strijd met het gelijkheidsbeginsel door bij hen uit te gaan van een NMR van 3% in plaats van 2%, zoals bij de anderen het geval is. De Afdeling volgt het betoog van appellanten en is, evenals de rechtbank, van oordeel dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden door bij appellanten een hoger NMR te hanteren. De Afdeling stelt voorop dat alle NMR-criteria – zoals lag de ontwikkeling in lijn der verwachting, wat is de afstand tot ontwikkeling en wat is aard en omvang van de schade – voor alle verzoekers gelijk was. Vervolgens concludeert de Afdeling dat de enkele omstandigheid dat appellanten hun verzoek op een later moment hebben ingediend, geen reden is om van een hoger NMR uit te gaan. Kortom, het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt in dit geval. Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Ineke