Omgevingsvergunning, exceptieve toets bestemmingsplan: Dienstenrichtlijn

De uitspraak van de AbRvS van 24 oktober 2018, ECLI:N:RVS:2018:3471 is om meerdere redenen relevant. Onderwerp van discussie is een omgevingsvergunning voor het realiseren van een fietsenhandel in strijd met het bestemmingsplan op het perceel Bosscheweg 255-01 te Tilburg (de Fietswinkel). Daartegen is door een concurrent (Fietswereld) bezwaar gemaakt en is de omgevingsvergunning alsnog geweigerd.

Allereerst speelt de vraag of de concurrent belanghebbend is. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (bijvoorbeeld de uitspraak van 5 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2648) heeft een onderneming slechts een concurrentiebelang als zij in hetzelfde verzorgingsgebied en marktsegment bedrijfsactiviteiten ontplooit als waarin de bedrijfsactiviteiten van haar concurrent plaatsvinden. De Afdeling is van mening dat de concurrent belanghebbend is nu beide winkels nieuwe fietsen aan particulieren verkopen. De omstandigheid dat zij daarbij een ander concept toepassen, heeft de rechtbank terecht niet tot een ander oordeel geleid. Dat klanten bij Fietsenwinkel een fiets kunnen testen die zij daarna – al dan niet in de winkel – online bij Fietsenwinkel bestellen, is niet wezenlijk anders dan de verkoop van fietsen aan particulieren door Fietswereld.
Vervolgens speelt de vraag of de vergunning terecht is geweigerd wegens strijd met het bestemmingsplan, is de internetwinkel een winkel of een bedrijf? In het bestemmingsplan is niet gedefinieerd wat onder een postorderbedrijf of een internetbedrijf moet worden verstaan. De Afdeling is van oordeel dat de bedrijfsactiviteiten van Fietsenwinkel geen internetwinkel zijn. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat in de winkel ongeveer 50 verschillende fietsen kunnen worden uitgeprobeerd, waarna indien gewenst onder begeleiding van een verkoopmedewerker een complete fiets kan worden samengesteld en via internet kan worden besteld. Dat de samengestelde fiets niet direct in de winkel verkrijgbaar is en aan huis kan worden afgeleverd, maakt het bedrijf nog geen postorder- of internetbedrijf. Gelet op de omvang van de winkel en in aanmerking genomen dat de winkel volgens haar website zes dagen per week geopend is voor bezoekers en de daarmee samenhangende ruimtelijke uitstraling van handelsactiviteiten, is de Afdeling van oordeel dat de activiteiten van Fietsenwinkel moeten worden aangemerkt als een vorm van detailhandel en daarom niet kunnen worden aangemerkt als een internetbedrijf. Daarbij is mede van belang dat Fietsenwinkel verschillende vergelijkbare winkels in het land heeft en dat de fietsen die door Fietsenwinkel online worden verkocht niet ter plaatse van de desbetreffende locatie worden opgeslagen.

Vervolgens wordt door de Fietswinkel een beroep gedaan op de Dienstenrichtlijn. Planregels die uitsluitend perifere detailhandel op het perceel toestaan, zijn in strijd  met artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn.  Anders dan in de hiervoor genoemde uitspraak van 20 juni 2018, is in dit geding geen besluit van de raad tot vaststelling van een bestemmingsplan aan de orde, maar een besluit van het college tot weigering van een omgevingsvergunning om van een vastgesteld bestemmingsplan af te wijken. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan waaraan de aanvraag om omgevingsvergunning is getoetst, is onherroepelijk. Het ligt in deze situatie op de weg van International Bike Group om nader te onderbouwen waarom de in de planregels neergelegde eisen over perifere detailhandel in strijd zijn met artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn. Aangezien International Bike Group slechts heeft gesteld dat het bestuursorgaan onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de in de planregels neergelegde eisen over perifere detailhandel geschikt zijn om het beoogde doel te bewerkstelligen, heeft zij haar betoog over strijd met de Dienstenrichtlijn onvoldoende geconcretiseerd.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Janike

 

[mc4wp_form id="1683"]