planschade en eigen schuld

 De uitspraak van 3 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3192, betreft de einduitspraak in de zaak van winkelcentrum De Lunet in Breda. Eerder, op 17 mei 2017 heeft de Afdeling een tussenuitspraak in deze zaak gewezen (ECLI:NL:RVS:2017:1293). Kort samengevat draait het in deze zaak om de omvang van de tegemoetkoming, die verstrekt moet worden vanwege het wegbestemmen van de detailhandelsbestemming aan het winkelcentrum. In de uitspraak van 3 oktober 2018 vernietigt de Afdeling ook het nieuwe besluit van het college van B&W en stelt de tegemoetkoming zelf vast op een bedrag van iets meer dan € 4,4 miljoen. Dit soort planschadebedragen zijn uitzonderlijk in planschadeland. De uitspraak is tamelijk feitelijk en er wordt met name gestreden over de vraag welk deskundigenrapport tot uitgangspunt moet worden genomen. Deze discussie laat ik in deze bijdrage buiten beschouwing. Vermeldenswaardig, maar ook zeer feitelijk, zijn de overwegingen over de mogelijke eigen schuld aan de zijde van De Lunet. De Lunet was voornemens om haar appartementsrecht over te dragen aan HEJA projectontwikkeling. HEJA zou het winkelcentrum herontwikkelen en heeft aan de gemeente te kennen gegeven, dat zij mee zal werken aan het wegbestemmen van detailhandel en dat zij geen verzoeken om planschade zal indienen. Mede in verband met de herontwikkeling heeft HEJA met goedvinden van De Lunet enkele huurders verplaatst naar een ander winkelcentrum. Hoewel De Lunet en HEJA een koopovereenkomst hebben gesloten, is het nooit tot levering gekomen. HEJA failleert namelijk voor het moment van levering. Saillant detail is nog dat HEJA via een Holding al gedeeltelijk eigenaar was van De Lunet, voorafgaand aan de koopovereenkomst. Volgens het college rechtvaardigen voornoemde omstandigheden dat 50% van de planschade wegens eigen schuld voor rekening van De Lunet blijft. Daarnaast dient ook de waarborgsom, die HEJA vooruitlopend op de levering heeft betaald, in mindering te worden gebracht op de planschade. Anders dan het college is de Afdeling van oordeel dat er geen sprake is van eigen schuld aan de zijde van De Lunet. Volgens de Afdeling zijn er geen concrete aanknopingspunten dat De Lunet actief heeft meegewerkt aan de bestemmingswijziging of huurders heeft gestimuleerd een andere locatie te zoeken. Daarnaast kan De Lunet volgens de Afdeling ook niet vereenzelvigd worden met HEJA. De Afdeling concludeert dat geen sprake is van eigen schuld aan de zijde van De Lunet. Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Ineke