verlenging beslistermijn en van rechtswege verleende vergunning

 De uitspraak van de AbRvS van 3 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3207 is opgenomen vanwege de overwegingen over een verlengingsbesluit. Buiten iedere discussie staat dat een besluit tot het verlengen van de beslistermijn (van 18 april 2016) is genomen, maar de vraag is of deze op de juiste wijze bekend is gemaakt. Appellant stelt dat hij het besluit niet heeft ontvangen, niet op een geschikte wijze bekend gemaakt en daarmee niet in werking getreden. Het besluit is gemeld in een e-mail van een ambtenaar aan de aanvrager en bekend gemaakt in de Moerdijkse Bode. De vraag speelt in het kader van de vraag of de vergunning van rechtswege is verlengd.   De Afdeling overweegt dat in het geval van niet aangetekende verzending van een besluit of een ander rechtens van belang zijnd document, het bestuursorgaan aannemelijk dient te maken dat het desbetreffende stuk is verzonden. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt evenwel het vermoeden van ontvangst van het besluit of ander relevant document op dat adres. Dit brengt mee dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres. Daartoe is in ieder geval vereist dat het desbetreffende stuk is voorzien van de juiste adressering en een verzenddatum en sprake is van een deugdelijke verzendadministratie. Indien het bestuursorgaan de verzending aannemelijk heeft gemaakt, ligt het vervolgens op de weg van de geadresseerde voormeld vermoeden te ontzenuwen. Hiertoe is voldoende dat op grond van hetgeen hij aanvoert ontvangst redelijkerwijs kan worden betwijfeld.   Vast staat dat de brief van 18 april 2016 niet aangetekend is verzonden. De Afdeling overweegt vervolgens dat met het voorgaande de daadwerkelijke verzending van de brief van 18 april 2016 niet aannemelijk is gemaakt. De mededeling in de e-mail en de publicatie in de Moerdijkse Bode maken die conclusie niet anders, omdat die niets zeggen over de verzending van de brief van 18 april 2016 aan appellant. Daarmee komt de Afdeling tot de conclusie dat de beslistermijn niet tijdig is verlengd en de vergunning van rechtswege is verleend.   Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Janike